De SI eenheid watt (W) staat voor (elektrisch) vermogen of energie. Een watt komt overeen met de verbruikte energie van 1 Joule per seconde.
In de electrotechniek reken je het wattage (van bijvoorbeeld een lamp) uit door de voedingsspanning (het voltage) te vermenigvuldigen met de hoeveelheid opgenomen stroom (het amperage). Voorbeeld:
Voltage = 220 volt
Gebruikte stroom = 2 Ampère
Vermogen van de lamp: 220 x 2 = 440
Zo kun je ook eenvoudig uitrekenen hoeveel stroom een apparaat gebruikt. Dat is belangrijk bij de keuze voor de diameter van je kabel: Hoe meer stroom (amperes) hoe dikker de kabel moet zijn. Je deelt het aantal watts door het voltage:
Vermogen: 660 Watt
Voltage: 220 volt
Gebruik aan stroom: 660 / 200 = 3 ampere