Otiorhynchus sulcatus
Herkenning
Volwassen taxuskevers zijn 8-12 mm lang, hebben een gegroefd, mat zwart schild met kleine, gele vlekken. Door hun goede camouflage en omdat ze enkel 's nachts actief zijn, worden ze zelden gezien. Als ze opgemerkt worden, houden ze zich schijndood. Een vrouwtje legt vanaf mei ongeveer 500 eitjes, klein en rond, eerst wit, later bruin. De eitjes komen na 8-20 dagen uit. De pas uitgekomen larven graven zich diep in het substraat. Ze zijn c-vormig en hebben geen poten. Ze zijn romig wit van kleur en hebben een glanzend bruine kop. Wanneer ze volledig volgroeid zijn, meten ze 10-14 mm.
Volwassen taxuskevers voeden zich 's nachts en vreten daarbij golfvormige inkepingen aan de rand van bladeren en bloemen. Deze vraatschade is dikwijls het eerste teken dat wijst op de aanwezigheid van de taxuskever. Taxuskevers overwinteren als larven, die zich in de lente, wanneer de temperaturen stijgen, verpoppen. De poppen zijn vuilwit tot crèmekleurig en hebben een zachte huid. Volwassen kevers verspreiden zich zo'n 3-4 weken later. In verwarmde serres wordt de levenscyclus sneller doorlopen. Hier kunnen de verschillende stadia van de taxuskever op elk moment van het jaar aangetroffen worden.
De vraatzuchtige larve van de taxuskever vreet aanvankelijk kleine wortels. Naarmate ze groeit, tast ze steeds grotere wortels, wortelknollen, wortelstokken en zelfs ontblote schors van houtachtige stengels aan. De aangetaste plant verwelkt en sterft af.
Bestrijding
De ergste schade wordt veroorzaakt door de vraatzuchtige larven. Pas uit het ei gekomen, beginnen ze zich met kleine wortels te voeden. Naarmate ze groeien, tasten ze steeds grotere wortels, wortelknollen, wortelstokken en zelfs ontblote schors van houtachtige stengels aan. De aangetaste plant verwelkt en sterft af. Bestrijding is dus noodzakelijk.
Biologische bestrijding