LET OP !!! Deze pagina wordt vervangen, alle "plagen" krijgen hun eigen cat.
Zie Categorie:Plagen voor de plant
Als we het over ongedierte hebben kunnen we een onderscheid maken tussen ongedierte bij planten buiten en binnen. De kweker met een kweekruimte binnen zal proberen om ongedierte zoveel mogelijk te weren. Als er dan toch ongedierte binnen komt hebben we vaak te maken met een beperkt aantal soorten, waarvan sommige behoorlijk hardnekkig kunnen zijn wanneer ze eenmaal doorgedrongen zijn tot de kweekruimte. Bovendien zijn de omstandigheden in een kweekruimte vaak langdurig hetzelfde. Als het beestje daar goed in gedeit kan de aantasting in snel tempo uitgroeien tot een plaag.
Buiten is de plant natuurlijk helemaal overgeleverd aan alles wat vliegt, springt en kruipt. Bovendien is het niet altijd makkelijk om de boosdoener ook werkelijk te betrappen en zal je het soms alleen moeten doen met de aangerichte schade om te bepalen wat de beste bestrijding is. Nu is hier wel weer het voordeel dat buiten moeder natuur het vaak wel regelt en de schade aan de planten beperkt blijft. Er zijn natuurlijke vijanden en de omstandigheden om uit te groeien tot een plaag zijn vaak niet aanwezig.
Alles wat binnen voorkomt, komt dus ook buiten voor. Andersom zien we minder vaak als de kweker een aantal maatregelen heeft genomen. Zo is het verstandig om een eventuele luchtinlaat, welke buitenlucht aanzuigt, te voorzien van een zeer fijnmazig doek zodat eventuele beestjes niet mee gezogen worden. Hygiene voordat men in de kweekruimte aan de slag gaat is ook aan te raden: handen wassen, en eventueel andere schoenen en kleding aan doen. Let er in ieder geval op niet zomaar met modderschoenen en kleding gebruikt bij tuinieren rechtstreeks door te gaan de kweekruimte in. Je kan van alles mee nemen op je kleding.
De meest voorkomende aantastingen van plaagdieren in de kweekruimte wil ik hieronder met een foto verduidelijken:
Thripsen zijn zeer kleine, langwerpige, zwart-wit gestreepte diertjes die de bladcellen aanvreten waardoor de bovenkant van het blad zilverachtig glanzende vlekjes krijgt. Aan de onderzijde van het blad, bij de bladnerven ontstaan verkurkte zuigplekken, waarop ook uitwerpselen zichtbaar zijn. De planten worden in de groei beperkt, sterk aangetaste bladeren vallen af. Afhankelijk van soort en leeftijd zijn de langwerpige insecten gelig tot bruinzwart gekleurd.
Natuurlijke vijand: de Roofwants 'Orius' is een afgeplat insect van ongeveer 3 mm groot met een typische lange steeksnuit. Deze beweeglijke veelvraat voedt zich met alle stadia van de Trips. Wanneer geen Trips voorkomt, voedt ze zich ook met pollen en andere insecten, zoals Wittevlieg, Bladluis en Spint. Bij hoge dichtheden van de prooi doden ze meer dan ze werkelijk als voedsel nodig hebben.
Bestrijdingsmiddel: Spruzit van Ecostyle
Op het blad verschijnen op de bovenkant stipvormige vlekjes. Op de onderkant zitten de zeer kleine spinachtige beestjes, die in het floeem van de bladeren zuigen. Bij een ernstige aantasting vallen de bladeren af en worden de spinseldraden duidelijk zichtbaar.
De volwassen mijten zijn 0,5 mm groot. In de zomer zijn ze lichtgeel tot donkergroen met op de zijkanten twee donkere vlekjes. De oranjerode, bevruchte, overwinterende vrouwtjes zitten op afgevallen blad, in schorsspleten en in de grond. Een vrouwtje legt ongeveer 80 eitjes. In een seizoen treden 6 tot 8 generaties op. Uit een eitje komt een larve, die zich via vervellingen ontwikkelt tot een volwassen spintmijt. Bij 20°C duurt de totale cyclus van ei tot volwassen insect ongeveer 17 dagen en bij 30°C 7 dagen. Bij 12°C staat de ontwikkeling stil.
Natuurlijke vijand: de Roofmijt (Phytoseiulus persimilis) is een 0,6 mm rode mijt die zich snel beweegt, en die onmiddellijk op zoek gaat naar kasspint. De Roofmijt leeft hoofdzakelijk van Kasspint én spinteieren, die hij leegzuigt en opeet.
Bestrijdingsmiddel: Spruzit van Ecostyle, Masai van Bayer
Varenrouwmuggen behoren tot de familie Sciaridae. Het zijn kleine (3-5 mm) donkere mugjes met lange, slanke antennen en lange poten. Het zijn vooral de larven van de varenrouwmug die de grootste schade veroorzaken. De larven variëren in grote van 5-8 mm. Ze zijn glazig wit van kleur en hebben een herkenbare zwarte kop. De larven hebben geen poten. De duur van het larvestadium is afhankelijk van de temperatuur en kan variëren van 15 dagen tot 30 dagen. De larven leven voornamelijk van rottend organisch materiaal, algen en schimmelsOnder zeer vochtige omstandigheden voelt de varenrouwmuglarve zich op zijn best. Ze kunnen echter een periode van droogte ook prima overleven.
Natuurlijke vijand: de Nematoden (Steinernema sp.) tegen de Varenrouwmug zijn met het oog niet-waarneembare aaltjes, die in de potgrond de larven van de Varenrouwmug opzoeken en binnendringen, waarbij een bacterie afgescheiden wordt die de larve van de Varenrouwmug doodt. Tevens leggen de aaltjes hun eitjes in de larve van de Varenrouwmug
Wolluizen zijn ovale, vrij platte insecten bedekt met een laag witte wasdraden. De rand van hun lichaam is bezet met wat dikkere wasdraden. Ze zuigen plantensappen zuigen. Hierdoor ontstaat cosmetische schade, maar er vindt vaak ook vermindering van groei en misvorming van het blad plaats. Wolluizen scheiden honingdauw af. Honingdauw zorgt ervoor dat de planten erg "plakken". Bovendien kan in de honingdauw de roetdauwschimmel gaan groeien, waardoor de bladeren zwart worden. Vrouwelijke wolluizen zijn ongevleugeld, de mannetjes gevleugeld.
Bestrijdingsmiddel: Decis van Bayer
Buiten komen daar nog de volgende dieren bij:
Treden bij veel plantensoorten op. Het zijn kleine insecten die sap uit de planten zuigen. Ze kunnen, afhankelijk van de soort, groen, geelachtig, witgrijs, roodachtig of zwart zijn. De aangetaste bladeren zijn gekruld en ingerold, de scheuten zijn gekromd. Bovendien bevuilen bladluizen het gewas met een kleverig uitscheidingsproduct (honingdauw) waarin gemakkelijk roetdauw ontstaat. Bladluizen brengen ook virusziekten over.
Natuurlijke vijanden: het lieveheersbeestje is een enorme bladluisverslinder. Een goed alternatief is: Gaasvlieg. Een volwassen Gaasvlieg, (Chrysoperla carnea) is groenkleurig en heeft zeer grote transparante vleugels. Het zijn de larven van de Gaasvlieg die zich vooral voeden met bladluizen, maar ook met Spint en Wittevlieg. De larven kunnen 20 tot 50 Bladluizen per dag verorberen.
Bestrijdingsmiddel: Spruzit van Ecostyle
Bladeren of bloemen worden door rupsen kapotgevreten. De verscheidene rupsensoorten zijn verschillend qua grootte en kleur. Je treft ze reeds aan vanaf de maand juni, tot ver in de maand oktober. Naargelang de soort rups varieert de beschadiging: wegvreten van de rand, vreten van gaten, vensters of geraamten.
Bestrijdingsmiddel: Spruzit van Ecostyle
De volwassen aardvlo is een kleine kever van 2,5 mm lang met een glanzende, diep donkere, staalblauwe kleur. Het bovenste deel van zijn achterste poten is sterk gespierd en gezwollen. Hiermee kan hij grote sprongen maken, waaraan hij gemakkelijk herkend kan worden. Deze kleine kevertjes voeden zich met de kiembladeren en de blaadjes, waarin ze talrijke kleine gaatjes maken. In verse toestand hebben deze gaatjes een lichtere rand, later wordt deze bruin. Ook in de bladstelen worden gaatjes geboord. De schade is alleen van belang wanneer aardvlooien direct bij opkomst in grote aantallen actief zijn. Aantasting gebeurt vooral onder droge omstandigheden.
Bestrijdingsmiddel: Vangplankjes bestreken met stroop of ander plakmiddel welke dan met een zwaaiende beweging tussen de planten door wordt gehaald.
Het gevaarlijkst voor de tuinbezitter zijn de naaktslakken. Naaktslakken, maar ook huisjesslakken vreten aan groente, fruit en siergewassen. Ze hebben een voorkeur voor kiemplanten, jonge planten en gewassen met zachte, tere bladeren. Duidelijke kenmerken van slakkenschade zijn de typische venster- en gatenvraat aan de bladeren, en de typische slijmsporen. Vochtig weer bevordert de slakkenactiviteit.
Van maart tot april kruipen de jonge nakomelingen uit de overwinterde eieren en beginnen direct met de vraat aan tuinplanten. In de zomer zijn de slakken uitgegroeid. Tussen augustus en september volgt de paring. Zes tot acht weken later leggen de slakken hun eieren, bij voorkeur in spleten in de grond. Overdag zal de slak een beschutte plek zoeken.
De huisjesslak
De naaktslak
Bestrijdingsmiddel: er zijn bij tuincentra diverse middelen in de handel.
Je op de bladeren bruine en witte slingergangen, die zich in de zomer verder uitbreiden en een groot deel van het bladoppervlak bedekken. Bij nadere inspectie zie je slangvormige maar ook cirkel- en blaarvormige mineergangen in het blad, waarin kleine rupsen vreten.
Bestrijdingsmiddel: Decis van Bayer
De gewone oorworm is gemiddeld tussen de 10-14 mm lang en zijn overwegend bruin gekleurd. Wat de meeste mensen niet weten is dat de oorworm kan vliegen. De oorworm zoekt allerlei holten en spleten op. Daar vinden ze bescherming tijdens de uurtjes dat de zon schijnt, want het zijn grotendeels nachtdiertjes die naar buiten komen als het donker wordt. Dan zoeken ze naar allerlei voedsel dat uit een grote diversiteit bestaat. Ze eten zowel plantaardig als dierlijk materiaal. Als we plantaardig zeggen, denken we o.a. aan bloemblaadjes en bij voorkeur die van Dahlia’s en Chrysanten, maar ook fruit staat op het menu. Op de bloemen kun je ze ook wel eens overdag aantreffen. Als we daarentegen dierlijk zeggen, dan denken we vooral aan bladluizen en worden hierdoor helpers in onze tuin, die het evenwicht in orde houden. Schade door oorwormen weegt vaak niet op tegen de nuttige functie die ze hebben bij de bestrijding van ander ongedierte.